Vernieuwd onderwijstoezicht per 1 juli 2017

U bent als bestuurder verantwoordelijk voor de onderwijskwaliteit op uw scholen. Zowel de leerlingen als hun ouders moeten erop kunnen vertrouwen dat het onderwijs bij uw scholen goed is. Dit betekent dat er voldoende kwaliteit van onderwijs aanwezig moet zijn, dat er voldaan moet worden aan wet- en regelgeving en dat de financiën op orde moet zijn. Per 1 juli 2017 is het toezicht door de Inspectie van het Onderwijs gewijzigd.

Wijziging Wet op het onderwijstoezicht

De inspectie houdt effectief toezicht om beter onderwijs te stimuleren. De kern van het vernieuwde toezicht bestaat uit vier elementen:

  • Aansluiten bij verantwoordelijkheid bestuur,
  • Waarborgen van basiskwaliteit,
  • Verdere ontwikkeling stimuleren,
  • Eenduidig en op maat toezicht houden.

In bovenstaande elementen is een duidelijk onderscheid te zien tussen basiskwaliteit (waarborgfunctie, wat móet de school) en de eigen aspecten van kwaliteit (stimuleringsfunctie, wat wil het bestuur en de school).

De monitoring van de inspectie bestrijkt vijf kwaliteitsgebieden:

  • onderwijsproces,
  • schoolklimaat,
  • onderwijsresultaten,
  • kwaliteitszorg en ambitie,
  • financieel beheer.

Ook hier geldt dat er voor alle vijf de gebieden gekeken wordt naar de deugdelijkheidseisen enerzijds en naar de eigen aspecten van kwaliteit van het bestuur en de scholen anderzijds.

Kwaliteitsambities bestuur

De eigen ambities en doelen zoals beschreven in het schoolplan, reiken normaliter verder dan de basiskwaliteit die minimaal gerealiseerd moet worden. Een belangrijk punt in het vernieuwde toezicht is het stimuleren van verdere ontwikkeling, waarbij de inspectie duidelijk een bestuursgerichte aanpak hanteert. Er is ruimte om op eigen wijze en binnen eigen kaders het onderwijs vorm te geven. Hoe beter de beoordeling van de inspectie, hoe minder vervolgtoezicht er nodig is.

De inspectie geeft dan vertrouwen en dus ook meer ruimte. Vrijheid, vertrouwen én verantwoordelijkheid staat centraal.

Proces van aansturing en borging

Voor u als bestuurder en natuurlijk ook voor de (interne en externe) toezichthouders is betrouwbare, tijdige en juiste informatie van groot belang om zicht te hebben op de kwaliteit van het onderwijs en de financiën van de school. Op basis hiervan kunt u bijsturen wanneer nodig.

Door een integer en betrouwbaar proces in de kern van de organisatie in te bedden, kan dit gewaarborgd worden. Gezien de reeds veel tijd vragende werkzaamheden van de medewerkers in de organisatie, is het vaak lastig daar ook nog alle aandacht aan te besteden. Er is baat bij een helpende hand om het proces uit te kunnen oefenen en periodiek heldere, relevante informatie te verkrijgen.

Goed onderwijs

Het doel van de inspectie is niet anders dan dat van bestuurders: goed onderwijs voor alle leerlingen in Nederland. Het middel hierbij is het Vernieuwde toezicht. Nadrukkelijk is het bestuur verantwoordelijk voor de kwaliteit en de continuïteit van het onderwijs en krijgt hiervoor van de inspectie vrijheid en vertrouwen.

Wat kunt u als bestuur doen om aan het vernieuwde onderwijstoezicht te voldoen?

De nieuwe eisen van de Inspectie van het Onderwijs gaan er volgens ons vanuit dat een onderwijsinstelling op diverse gebieden 'In Control'. Om In Control te zijn, is het nodig om een meetbare norm (het normenkader) te hebben, op basis waarvan toetsingen plaats kunnen vinden. Zo kan de mate van financieel In Control zijn gemeten worden aan de hand van het In Control Framework. Belangrijk daarbij is dat u als bestuurder zelf een normenkader vaststelt, dat op maat gemaakt is voor uw onderwijsinstelling. Als vervolgens blijkt dat u (financieel) In Control bent, kan zoveel mogelijk geld beheerst uitgegeven worden aan het geven van goed onderwijs! 

Dit artikel is geschreven door Viola Poppe van BinnenBuiten Advies.

Mascha Werner-Hoeks

Mascha Werner-Hoeks

Wilt u reageren of meer informatie?