Onderwijsverslaggeving 2014, de belangrijkste aspecten nog even op een rij!

In onze nieuwseditie van september 2014 hebben we de verslaggevingsvoorschriften 2014 voor het onderwijs behandeld. Maar hoe zit het nu met de samenwerkingsverbanden, de continuïteitsparagraaf en RJ400 (jaarverslag of bestuursverslag)? En met het doorschuiven van meerjarige subsidies? de onderhoudsvoorziening in het PO in 2014? En wat zijn de laatste ontwikkelingen ten aanzien van de vorming van een voorziening in het kader van de cao-afspraken ‘duurzame inzetbaarheid’ en ‘levensfase bewust personeelsbeleid’? Met alle nieuwe ontwikkelingen is het hoog tijd om de belangrijkste aspecten voor de jaarverslaggeving 2014 nog eens op een rij te zetten!

Samenwerkingsverbanden, oud en nieuw

Bij de afwikkeling van de oude samenwerkingsverbanden (SWV) zal uiteindelijk een liquidatiebalans moeten worden opgemaakt. Deze ‘eindbalans’ kan in de praktijk op verschillende momenten zijn; bijvoorbeeld per 31 juli 2014, per 31 december 2014, maar ook in 2015. Dit is afhankelijk van de specifieke situatie. De resterende middelen van het ‘oude’ samenwerkingsverband dienen wel uiterlijk 1 augustus 2015 te zijn verdeeld.

Bij de nieuwe samenwerkingsverbanden kunnen ook verschillende situaties voorkomen als het gaat om het boekjaar; een verlengd boekjaar is mogelijk (maximaal 2 jaar min 1 dag), zelfs als de statuten anders bepalen. OCW geeft in dit laatste geval (waarbij het statutair anders is bepaald) specifieke toestemming voor het gebruik van een verlengd boekjaar. De Regeling jaarverslaggeving onderwijs (RJO) is ook voor samenwerkingsverbanden (onverkort) van toepassing. 

Financieel rechtmatig wordt voor het SWV uitgelegd als bestedingen aan eigen personeel, eigen huisvesting en eigen voorzieningen voor extra ondersteuning en doorbetalingen aan de aangesloten instellingen voor deze voorzieningen. Het is daarbij voldoende als de instellingsaccountant van het SWV heeft vastgesteld dat de betalingen zijn gedaan (aan aangesloten onderwijsinstellingen) op grond van het ondersteuningsplan. 

Verder is het van belang om te vermelden dat het SWV alle middelen dient te verantwoorden. Dit geldt ook voor de middelen voor de plaatsing van leerlingen op het (voortgezet) speciaal onderwijs, die het SWV niet zelf ontvangt, maar die rechtstreeks naar het (voortgezet) speciaal onderwijs gaan. Om een volledig beeld te krijgen moet het SWV deze middelen (die ze dus niet zelf ontvangen) afzonderlijk weergeven in de jaarverslaggeving.  
 

Continuïteitsparagraaf 

Voor het jaarverslag 2014 blijven de inrichtingsvoorschriften voor de continuïteitsparagraaf onveranderd. Specifiek noemen wij hier de volgende aspecten die in de continuïteitsparagraaf terug dienen te komen:
 

  • Meerjarenbegroting (komende 3 jaar).

  • De aanwezigheid en werking van het interne risicobeheersings- en controlesysteem; hoe dit systeem is ingericht, hoe het in de praktijk functioneert, welke resultaten zijn bereikt en welke aanpassingen worden doorgevoerd de komende jaren.

  • Belangrijkste risico’s en onzekerheden en op welke wijze de school passende maatregelen treft om deze risico’s en onzekerheden het hoofd te bieden.

  • Toezichthoudend orgaan; op welke wijze het toezichthoudend orgaan het bestuur ondersteunt en adviseert over beleidsvraagstukken en financiën.

RJ 400 Jaarverslag (of bestuursverlsag) 

Ook op basis van RJ 400 van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving, die gaat over het jaarverslag (of ook wel bestuursverslag genoemd), is de onderwijsinstelling verplicht om aandacht te besteden aan risicobeheersing. Het gaat daarbij om een beschrijving van de voornaamste risico’s en onzekerheden waarmee de school wordt geconfronteerd. De mate van diepgang is afhankelijk van de omvang en complexiteit van de school.

Matching van (meerjarige) subsidies

RJ 660.202 is inmiddels gewijzigd, waarbij de jaarlijkse normatieve rijksbijdrage (lumpsum) als bate verwerkt dient te worden in het jaar waarop de toekenning betrekking heeft. Bij meerjarige subsidies is het voortaan mogelijk om een betere ‘match’ te maken tussen de ontvangsten en besteding van deze subsidiegelden. Aanvankelijk was dit alleen toegestaan voor geoormerkte subsidies met bestedingsverplichting. Nu is bepaald dat ook bij grote niet-geoormerkte bedragen de ‘overloopmethode’ kan worden toegepast. Een belangrijke voorwaarde is wel dat er een concreet (afgebakend) bestedingsplan is. 

Voorziening groot onderhoud in het PO

Met de doordecentralisatie van het buitenonderhoud in het PO per 1-1-2015 was er de nodige discussie over de voorziening onderhoud. Uiteindelijk is toegestaan om al vanaf 1 januari 2014 te doteren aan de voorziening. Let op; inhaaldotatie is niet toegestaan en ook is het niet rechtmatig om in 2014 al uitgaven voor buitenonderhoud te doen (ten laste van de rijksbijdrage).

Voorziening voor duurzame inzetbaarheid (nieuwe cao afspraken)

Met de nieuwe cao-afspraken ‘duurzame inzetbaarheid’ en ‘levensfase bewust personeelsbeleid’ komt binnenkort de Bapo-regeling te vervallen. Voor zover en voor zolang de van toepassing zijnde afspraken in het kader van de Bapo gelden, blijven ook de huidige verantwoordingsvoorschriften op dat punt van kracht. Dat betekent een periodelast in het jaar van verzilvering. De nieuwe cao afspraken bieden in een beperkt aantal gevallen de mogelijkheid om een spaartegoed op te bouwen. Dit spaartegoed zal op een later moment tot opname van (doorbetaald) verlof dan wel tot uitbetaling leiden. In dat geval is op grond van RJ 271 (Personeelsbeloningen) en RJ 252 (Voorzieningen) het daartoe inrichten van een voorziening voor duurzame inzetbaarheid noodzakelijk. Indien de omvang van het bedrag vaststaat, dan dient er een schuld opgenomen te worden in plaats van een voorziening.

Openbaarmaking jaarrekening

De hele discussie over het openbaar maken van de jaarstukken van scholen, heeft ertoe geleid dat dit in de betreffende branche codes (‘code goed bestuur’) wordt geregeld. Met de koepels is afgesproken dat zij bij de eerstvolgende wijziging van hun codes goed bestuur de actieve openbaarmaking van de jaarstukken regelen. 

Aanlevering WNT gegevens 2014

Vanaf het verslagjaar 2014 zal de elektronische aanlevering van de WNT-gegevens geschieden via het ‘e-formulier’. Dit e-formulier is een elektronisch programma, gebaseerd op een zogeheten ‘beslisboom’ (hulpmiddel bij de bepaling van de te rapporteren WNT-gegevens). Ten opzichte van het WNT-model van 2013 is er 1 wijziging; voor alle niet-topfunctionarissen dienen naast de gegevens over 2014 ook de vergelijkende gegevens over 2013 te worden opgenomen.

Maaike van der Gouw

Maaike van der Gouw

Wilt u reageren of meer informatie?